Ter Lering ende Vermaeck, een beschrijving van een EHBO-inzet ongeveer 220 jaar geleden.

In Alkmaar werd op 3 juli 1789 een kind gered uit het water. Het officiele rapport is hier letterlijk weergegeven:

“Wij Jan Krabbendam en Abraham Silleman verklare (1) benevens de ondergetekende getuijge, dat wij op vrijdag 3 Julij 1789 gewaar wierde door gerugt van kinderen dat er een kint in’t water lag, waarop wij ons ten spoedigste bevlijtigde om hetselve te redde, en bevonden hetselve op de gront gesonken te zijn, en hebben het kint opgehaalt zonder eenig leven erin te kunne ontdekke. Want de oogen stonden stijf in ’t hooft en het braassen (2) stond op neus en mond en de tande stijf op malkander gesloten. Doen (3) zijn wij dus te werk gegaan: wij hebben het eerst voorover gehouwe, doen hebbe wij het sterke drank sacke in de keel te gieten en vervolgens hebbe wij het op een vat gerolt, dog dat scheen alles vrugteloos. Doen hebbe wij het met een pijp in ’t fondament (4) geblasen en met een neusdoek over de ruggegraat gevreven. Doen is het kint enigsins beginne te jammere en te braken. Doen is het allenskens bijgekomen en is weder gesont en fris. Dit is Copie van de verklaring wegens het redde van Willem de Graaf, zoontje van Adriaan de Graaf.”

Noten:
1. Het niet uitspreken en schrijven van de eind-N is typisch voor het Westfries.
2. Braassen is verwant met bruisen en het Duitse Brause: schuim.
3. Doen is Westfries voor toen.
4. Fondament hier: achterwerk, anus.

Met toestemming overgenomen uit: Gens Nostra, oktober 2008, pagina 649. Auteur: Jos Kaldenbach.

Terug